HOTLINKS

VOCAL PLAZA! - LEESTAFEL

 
Meedoen aan een zangcompetitie: spannend! Hoe staan we ervoor, hoe goed zijn de anderen? Moedig is het ook, want je steekt je nek uit en levert je over aan het oordeel van de jury.

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Zing mee met SuperVoices
ZinGdex
Zing.nl LedenService
Vocale abonnementen
Koorarrangementen
   

Jurering bij Koorwedstrijden

 
   
 


Foto: In the Picture

  Meedoen aan een zangcompe-titie: spannend! Hoe staan we ervoor, hoe goed zijn de ande-ren? Moedig is het ook, want je steekt je nek uit en levert je over aan het oordeel van de jury. Waar let zo’n jury eigenlijk op? En hoe vergelijk je appels met peren? Drie juryleden aan het woord. Veel
 

tv-kijkers verbazen zich over de bijna masochistische moed die auditanten voor het RTL-programma [Idols] aan de dag leggen. En over de volslagen minachting waarmee jurylid Gordon de deelnemers tegemoet treedt. Jureren lijkt gemakkelijk, maar dat is het natuurlijk niet. Als jury heb je een grote verantwoordelijkheid naar degene die je beoordeelt.

IJkpunt
Gilles Michels is voorzitter van de jury van het Nederlands Koorfestival (NKF). Dit festival met vele voorronden en deelnemers is het grootste van Nederland. Michels is jurylid in alle voorronden. De twee overige juryleden zijn steeds anderen, specialisten in het genre dat die dag optreedt. Michels is dus het ijkpunt van de jury en heeft als taak om de lat in elke ronde even hoog te leggen. De winnaars van de voorronden moeten immers op onge-veer hetzelfde niveau zitten, zodat de finale van het NKF een eerlijk verloop krijgt. Michels: ‘Al werkend kom je al snel tot een standaard: dit is een 7. En ik moet die 7 zijn waarde laten behouden in alle ronden. Dat betekent dat ik moet zeggen: ‘Jullie vinden dit nu een 6, maar een vergelijkbaar koor kreeg eerder een 7.‘.

Criteria
De jurering van het NKF is grondig voorbereid. Er zijn vier onderwerpen waarvoor de optredende koren punten krijgen: technische criteria zoals zuiverheid, ritmiek, klankkwaliteit, uitspraak, metriek; artistieke criteria zoals frasering, tempo, de interpretatie met dynamiek en kleur; de programma-samenstelling - hoe is de opbouw, past het programma bij de mogelijkheden van het koor; en tenslotte de communicatie tussen dirigent en koor en tus-sen koor en publiek, evenals de presentatie, houding, bewegingen, kleding. Michels: ‘Het koor geeft ons de partituren, zodat we de muziek mee kunnen lezen. Tijdens de uitvoering noteren we wat er al dan niet klopt en proberen we te verwoorden wat het koor zou moeten doen om zichzelf te verbete-ren. Voor elk onderwerp krijgt het koor punten en bij een score van 240 of hoger gaat het door naar de volgende ronde. Zit een koor net op het randje met bijvoorbeeld 241 punten, dan vragen we ons gezamenlijk af: is dit een winnaar? We laten alles wat ons opviel nog eens de revue passeren. Met als resultaat de beslissing dóór of niet. Aan het eind van de dag nemen we nog meer tijd om te zien of degene met de meeste punten ook werkelijk in onze ogen de winnaar is.’

Appels en peren
Het beoordelen van de programmasamenstelling leidt soms tot discussies. Gilles Michels: ‘Als een koor heel goed is, laat je je soms meeslepen. Ge-lukkig ben je niet alleen, zodat je bij nader inzien objectiever kunt vaststellen dat er bijvoorbeeld wel erg veel ballads in het programma zaten, of juist te weinig rust, of dat het koor niet de uithoeken heeft laten zien van wat het kan. Andersom kan het zijn dat je niet superenthousiast bent over de uitvoering, maar samen wel vaststelt dat het koor een uitdagend program-ma heeft gebracht.’ Er doen heel verschillende koren aan het NKF mee.
Je moet appels met peren vergelijken. Hoe kun je toch dan vaste criteria hanteren? ‘Dat is ook moeilijk en vraagt om goede afstemming. We proberen te kijken wat in ieders eigen categorie een 6 is of een 9. Een kinderkoor dat eenstemmig heel zuiver zingt kan een 9 waard zijn. Bij een ouderenkoor weet je dat de hoogte moeilijk wordt en weegt een daarop afgestemde repertoirekeuze zwaarder. Ook bij een ‘groot koor lichte muziek’ kan het repertoire van belang zijn. Kiest het koor voor echte afwisseling of is het allemaal meer van hetzelfde? En zijn de arrangementen vocaal en muzikaal interessant genoeg?’ In de finaleronde is het helemaal moeilijk vergelijken omdat dan uit zeven groepen van verschillende categorieën één winnaar omhoog moet rijzen. ‘Dan hebben we als jury veel discussietijd nodig.’

Mappen weg
Hoe zit het met de presentatie? Michels: ‘Lichte-muziekkoren scoren daar beter dan klassieke. Klassieke koren verstoppen zich vaak achter hun map. Uit het hoofd zingen werkt echt goed voor de presentatie, want het klinkt vrijer, meer uit het hart. Het komt veel beter aan bij het publiek. Als uit het hoofd zingen niet lukt, kun je andere dingen doen zoals variëren met de op-stelling van de zangers. Of wissel het grote koor eens af met een solist of een klein groepje. Je moet de jury tenslotte overtuigen! Aan de andere kant kan het ook té zijn, waardoor men door alle pasjes en gebaren vergeet om muziek te maken. Je hoeft niet per se te bewegen. Vaak is het al genoeg als je bewust gaat staan met de overtuiging dat jij iets moois voor het publiek gaat zingen.’

Eensluidend oordeel
Michels: ‘Het vraagt goede afwegingen en soms lange discussies, maar we komen uiteindelijk tot een eensluidend oordeel. Onlangs hadden we een Duits jurylid dat verrast was dat alles in zulk goed overleg ging. Ach ja, ook hier polderend Nederland.’ De NKF-deelnemers krijgen een rapport mee. Michels: ‘Aan een wedstrijd durven meedoen is je kwetsbaar opstellen, ze-ker als amateurgezelschap. Ik vind het belangrijkste dat je jezelf wilt verbe-teren. Ik zoek altijd iets positiefs om te zeggen maar geef ook kritiek, want als jury moet je wel to the point zijn. Die kritiek zetten we om in adviezen. Zo gaat elke deelnemer naar huis met iets om aan te werken.’

Kritiek
Bij het Nationaal Popkoren Festival (NPKF) in juni jl. ging het er heel anders aan toe. Jurylid YvonJane van Leeuwen ontmoette haar collega pas op de dag van het festival en zij hadden slechts kort contact met elkaar voordat zij aan het werk gingen. Voor criteria opstellen was geen tijd. Van Leeuwen heeft vanuit haar beroepspraktijk haar eigen stokpaardjes. ‘Ik kijk altijd naar het totaalplaatje: hoe komt het lied over? Techniek vind ik niet belangrijk. Je kunt technisch geweldig, maar heel saai zijn. Ik heb liever een koor dat me raakt, ook al laat het af en toe een nootje vallen. Veel koren schenken aan-dacht aan hun kleding. Iedereen dezelfde kleuren bijvoorbeeld. Leuk, maar dat is niet genoeg. Je moet kijken of die kleuren bij de zangers passen. Be-nadruk ieders eigenheid, dat maakt je krachtig.‘ Wie van Van Leeuwen een rapport kreeg, liep het risico alleen kritiek te krijgen (zie voorbeeld juryrap-port NPKF). ‘Ik heb tegen de festivalorganisatie gezegd dat ik heel direct ben. Als ik niets positiefs kan ontdekken, ga ik niet iets zitten verzinnen. Het is tenslotte een wedstrijd.’ De twee juryleden verschilden van mening over wie de eerste prijs zou krijgen, totdat Van Leeuwen inschikte en de tech-nisch betere groep won. Van Leeuwen: ‘Ik ging voor de originele presen-tatie van de andere groep, maar die werd helaas tweede. Hen had ik dus wat uit te leggen!’

Grondig
Rob van der Meule was bij het BALK Top Festival voorzitter van de vier jury’s. Hij bereidde het jureren grondig voor. De drie hoofdcategorieën
technische uitvoering, artistieke uitvoering en algemene indruk bestonden
uit diverse criteria die hij allemaal precies had gedefinieerd. ‘Want anders krijg je discussies over het verschil tussen bijvoorbeeld vocaliteit en klankkwaliteit.’ De definities legde hij op de ochtend van het festival aan
de juryleden voor. Ook gaf hij instructies over de manier van jureren. ‘Ik wilde dat de juryleden na ieder nummer klapten en het koor met een bemoedigende glimlach aankeken. Bij het punten geven van 1 tot 10 was
het laagste te geven cijfer een 4 en het hoogste een 9½. Lager dan een
4 is zeer ontmoedigend. Een 4 krijg je als de helft supervals klinkt. In het juryrapport moest het laagste cijfer beargumenteerd worden. Want als je allemaal achten krijgt en één 7½, dan wil je toch weten waarom die 7½ daar staat? Verder mocht het juryrapport alleen complimenten en aan-bevelingen bevatten, in een goede balans. Je hebt niets aan alleen com-plimenten, maar louter aanbevelingen is ook niet fijn. De jury moest voor zichzelf constateringen opschrijven zoals bij voor-beeld ‘ze zingen te hard’. Ik wilde dat de jury zo’n constatering vertaalde in een keuze voor de dirigent. In het juryrapport moet dan staan: ‘probeer eens andere volumes uit’. Want je kunt niet objectief over een tempo, volume of klankkleur zeggen dat het niet goed is. Dat is subjectief.’


Door: Claar Urbanus
Bron: Zing Magazine, 2008


Gilles Michels is artistiek leider en docent van de Koorschool St. Bavo in Haarlem, dirigent van het Kathedrale Koor St. Bavo, Collegium Musicum in Leiden en Krashna Musica in Delft. Ook is hij cursusleider bij de Kurt Thomas Cursus voor dirigenten.

YvonJane van Leeuwen zong o.m. in musicals en geeft zangworkshops aan bedrijven en particulieren, werkt als stemactrice en choreografe en is artistiek leider Vocal and Dance Academy.

Rob van der Meule is klassiek geschoold zanger, trad en treedt op in gro-te musicals en in recitals, is zangpedagoog, coach van koren en dirigenten en zelf ook koordirigent. Hij jureert veel in binnen- en buitenland en treedt ook op als gastdocent.
 


 
  
 

Voorbeeld juryadviezen

 
Voorbeeld juryadviezen Nederlands Koorfestival
  • Doe eens wat meer aan stemvorming. Verdiep je daarbij in ademtechniek en houding.
  • Legato zingen: laat het koor alles eens op ‘noe’ zingen of haal de medeklinkers uit de tekst, zodat het koor lange lijnen maakt.
  • Laat het koor eens zingen zonder dirigent en kijk dan waar je je koor moet ondersteunen. Het gaat niet alleen om de maat slaan, maar ook om suggestieve gebaren waar-mee je de zangers bijvoorbeeld de hoogte in helpt.
  • Als het koor snel vals zingt, laat hen dan regelmatig akkoorden zingen en leer hen naar elkaar te luisteren.
  
  
 

Voorbeeld juryrapport

 
Voorbeeld juryrapport NPKF 2007
  • Ik kon de pianiste ritmisch niet volgen en vond het knap dat het koor dat wel kon
  • De soliste was niet erg zeker en zong veel vals
  • Probeer, als een woord eindigt op een t, allemaal tegelijk te eindigen. Ik hoorde nu t-t-t.
  • Probeer na te denken over de choreografie, waarom doe je bepaalde pasjes? Wat voegt het toe aan het lied?
  • Mannenstemmen: Geef meer ademsteun, dan wordt het rustiger.
  • Probeer eens naar elkaar te luisteren en muziek te maken met elkaar. Het lijkt alsof er teveel individuele vocalisten toevallig samen hetzelfde zingen. Probeer magie te maken met elkaar en het voor het publiek doen. Het bleef allemaal teveel op het toneel hangen.
  
 
 

Artikelen Zoeken

 
     
 
De artikelen zijn gerangschikt onder een aantal rubrieken. Die rubrieken vindt u in het menu en op de informatiepagina.
 
U kunt  ook op trefwoord zoeken. Hieronder kunt u de artikelen doorzoeken op één of meerdere trefwoorden. Scheid trefwoorden met een spatie!
 
 

 

 

 
 

Artikelen Aanmelden

 
 
Heeft u zelf interessante artikelen geschreven over zingen of kent u artikelen over zingen die u voor deze rubriek wilt aanmelden, laat het ons dan hier weten!
 
  
  ©  Niets uit deze site mag zonder toestemming worden gekopieerd
© ZING.NL -

TERUG NAAR PAGINA-TOP   |   PRINT PAGINA

Design: IMAE INFORMATIE INNOVATIE