|
|
tv-kijkers verbazen zich over de bijna masochistische moed
die auditanten voor het RTL-programma [Idols] aan de dag
leggen. En over de volslagen minachting waarmee jurylid Gordon
de deelnemers tegemoet treedt. Jureren lijkt gemakkelijk, maar
dat is het natuurlijk niet. Als jury heb je een grote
verantwoordelijkheid naar degene die je beoordeelt.
IJkpunt
Gilles Michels is voorzitter van de jury van het Nederlands
Koorfestival (NKF). Dit festival met vele voorronden en
deelnemers is het grootste van Nederland. Michels is jurylid in
alle voorronden. De twee overige juryleden zijn steeds anderen,
specialisten in het genre dat die dag optreedt. Michels is dus
het ijkpunt van de jury en heeft als taak om de lat in elke
ronde even hoog te leggen. De winnaars van de voorronden moeten
immers op onge-veer hetzelfde niveau zitten, zodat de finale van
het NKF een eerlijk verloop krijgt. Michels: ‘Al werkend kom je
al snel tot een standaard: dit is een 7. En ik moet die 7 zijn
waarde laten behouden in alle ronden. Dat betekent dat ik moet
zeggen: ‘Jullie vinden dit nu een 6, maar een vergelijkbaar koor
kreeg eerder een 7.‘.
Criteria
De jurering van het NKF is grondig voorbereid. Er zijn vier
onderwerpen waarvoor de optredende koren punten krijgen:
technische criteria zoals zuiverheid, ritmiek, klankkwaliteit,
uitspraak, metriek; artistieke criteria zoals frasering, tempo,
de interpretatie met dynamiek en kleur; de
programma-samenstelling - hoe is de opbouw, past het programma
bij de mogelijkheden van het koor; en tenslotte de communicatie
tussen dirigent en koor en tus-sen koor en publiek, evenals de
presentatie, houding, bewegingen, kleding. Michels: ‘Het koor
geeft ons de partituren, zodat we de muziek mee kunnen lezen.
Tijdens de uitvoering noteren we wat er al dan niet klopt en
proberen we te verwoorden wat het koor zou moeten doen om
zichzelf te verbete-ren. Voor elk onderwerp krijgt het koor
punten en bij een score van 240 of hoger gaat het door naar de
volgende ronde. Zit een koor net op het randje met bijvoorbeeld
241 punten, dan vragen we ons gezamenlijk af: is dit een
winnaar? We laten alles wat ons opviel nog eens de revue
passeren. Met als resultaat de beslissing dóór of niet. Aan het
eind van de dag nemen we nog meer tijd om te zien of degene met
de meeste punten ook werkelijk in onze ogen de winnaar is.’
Appels en peren
Het beoordelen van de programmasamenstelling leidt soms tot
discussies. Gilles Michels: ‘Als een koor heel goed is, laat je
je soms meeslepen. Ge-lukkig ben je niet alleen, zodat je bij
nader inzien objectiever kunt vaststellen dat er bijvoorbeeld
wel erg veel ballads in het programma zaten, of juist te weinig
rust, of dat het koor niet de uithoeken heeft laten zien van wat
het kan. Andersom kan het zijn dat je niet superenthousiast bent
over de uitvoering, maar samen wel vaststelt dat het koor een
uitdagend program-ma heeft gebracht.’ Er doen heel verschillende
koren aan het NKF mee.
Je moet appels met peren vergelijken. Hoe
kun je toch dan vaste criteria hanteren? ‘Dat is ook moeilijk en
vraagt om goede afstemming. We proberen te kijken wat in ieders
eigen categorie een 6 is of een 9. Een kinderkoor dat eenstemmig
heel zuiver zingt kan een 9 waard zijn. Bij een ouderenkoor weet
je dat de hoogte moeilijk wordt en weegt een daarop afgestemde
repertoirekeuze zwaarder. Ook bij een ‘groot koor lichte muziek’
kan het repertoire van belang zijn. Kiest het koor voor echte
afwisseling of is het allemaal meer van hetzelfde? En zijn de
arrangementen vocaal en muzikaal interessant genoeg?’ In de
finaleronde is het helemaal moeilijk vergelijken omdat dan uit
zeven groepen van verschillende categorieën één winnaar omhoog
moet rijzen. ‘Dan hebben we als jury veel discussietijd nodig.’
Mappen weg
Hoe zit het met de presentatie? Michels: ‘Lichte-muziekkoren
scoren daar beter dan klassieke. Klassieke koren verstoppen zich
vaak achter hun map. Uit het hoofd zingen werkt echt goed voor
de presentatie, want het klinkt vrijer, meer uit het hart. Het
komt veel beter aan bij het publiek. Als uit het hoofd zingen
niet lukt, kun je andere dingen doen zoals variëren met de
op-stelling van de zangers. Of wissel het grote koor eens af met
een solist of een klein groepje. Je moet de jury tenslotte
overtuigen! Aan de andere kant kan het ook té zijn, waardoor men
door alle pasjes en gebaren vergeet om muziek te maken. Je hoeft
niet per se te bewegen. Vaak is het al genoeg als je bewust gaat
staan met de overtuiging dat jij iets moois voor het publiek
gaat zingen.’
Eensluidend oordeel
Michels: ‘Het vraagt goede afwegingen en soms lange discussies,
maar we komen uiteindelijk tot een eensluidend oordeel. Onlangs
hadden we een Duits jurylid dat verrast was dat alles in zulk
goed overleg ging. Ach ja, ook hier polderend Nederland.’ De
NKF-deelnemers krijgen een rapport mee. Michels: ‘Aan een
wedstrijd durven meedoen is je kwetsbaar opstellen, ze-ker als amateurgezelschap. Ik vind het belangrijkste dat je jezelf wilt
verbe-teren. Ik zoek altijd iets positiefs om te zeggen maar geef
ook kritiek, want als jury moet je wel to the point zijn. Die
kritiek zetten we om in adviezen. Zo gaat elke deelnemer naar
huis met iets om aan te werken.’
Kritiek
Bij het Nationaal Popkoren Festival (NPKF) in juni jl. ging het
er heel anders aan toe. Jurylid YvonJane van Leeuwen ontmoette
haar collega pas op de dag van het festival en zij hadden
slechts kort contact met elkaar voordat zij aan het werk gingen.
Voor criteria opstellen was geen tijd. Van Leeuwen heeft vanuit
haar beroepspraktijk haar eigen stokpaardjes. ‘Ik kijk altijd
naar het totaalplaatje: hoe komt het lied over? Techniek vind ik
niet belangrijk. Je kunt technisch geweldig, maar heel saai
zijn. Ik heb liever een koor dat me raakt, ook al laat het af en
toe een nootje vallen. Veel koren schenken aan-dacht aan hun
kleding. Iedereen dezelfde kleuren bijvoorbeeld. Leuk, maar dat
is niet genoeg. Je moet kijken of die kleuren bij de zangers
passen. Be-nadruk ieders eigenheid, dat maakt je krachtig.‘ Wie
van Van Leeuwen een rapport kreeg, liep het risico alleen
kritiek te krijgen (zie voorbeeld juryrap-port NPKF). ‘Ik heb
tegen de festivalorganisatie gezegd dat ik heel direct ben. Als
ik niets positiefs kan ontdekken, ga ik niet iets zitten
verzinnen. Het is tenslotte een wedstrijd.’ De twee juryleden
verschilden van mening over wie de eerste prijs zou krijgen,
totdat Van Leeuwen inschikte en de tech-nisch betere groep won.
Van Leeuwen: ‘Ik ging voor de originele presen-tatie van de
andere groep, maar die werd helaas tweede. Hen had ik dus wat
uit te leggen!’
Grondig
Rob van der Meule was bij het BALK Top Festival voorzitter van
de vier jury’s. Hij bereidde het jureren grondig voor. De drie
hoofdcategorieën
technische uitvoering, artistieke uitvoering en
algemene indruk bestonden
uit diverse criteria die hij allemaal
precies had gedefinieerd. ‘Want anders krijg je discussies over
het verschil tussen bijvoorbeeld vocaliteit en klankkwaliteit.’
De definities legde hij op de ochtend van het festival aan
de
juryleden voor. Ook gaf hij instructies over de manier van
jureren. ‘Ik wilde dat de juryleden na ieder nummer klapten en
het koor met een bemoedigende glimlach aankeken. Bij het punten
geven van 1 tot 10 was
het laagste te geven cijfer een 4 en het
hoogste een 9½. Lager dan een
4 is zeer ontmoedigend. Een 4
krijg je als de helft supervals klinkt. In het juryrapport moest
het laagste cijfer beargumenteerd worden. Want als je allemaal
achten krijgt en één 7½, dan wil je toch weten waarom die 7½
daar staat? Verder mocht het juryrapport alleen complimenten en
aan-bevelingen bevatten, in een goede balans. Je hebt niets aan
alleen com-plimenten, maar louter aanbevelingen is ook niet fijn.
De jury moest voor zichzelf constateringen opschrijven zoals
bij voor-beeld ‘ze zingen te hard’. Ik wilde dat de jury zo’n
constatering vertaalde in een keuze voor de dirigent. In het
juryrapport moet dan staan: ‘probeer eens andere volumes uit’.
Want je kunt niet objectief over een tempo, volume of klankkleur
zeggen dat het niet goed is. Dat is subjectief.’
Door: Claar Urbanus
Bron: Zing Magazine, 2008
Gilles Michels is artistiek leider en docent van de
Koorschool St. Bavo in Haarlem, dirigent van het Kathedrale Koor
St. Bavo, Collegium Musicum in Leiden en Krashna Musica in
Delft. Ook is hij cursusleider bij de Kurt Thomas Cursus voor
dirigenten.
YvonJane van Leeuwen zong o.m. in musicals en geeft
zangworkshops aan bedrijven en particulieren, werkt als
stemactrice en choreografe en is artistiek leider Vocal and
Dance Academy.
Rob van der Meule is klassiek geschoold zanger, trad en
treedt op in gro-te musicals en in recitals, is zangpedagoog,
coach van koren en dirigenten en zelf ook koordirigent. Hij
jureert veel in binnen- en buitenland en treedt ook op als
gastdocent.
|
|