HOTLINKS

VOCAL PLAZA! - LEESTAFEL

 
Jetse Bremer. Componist, arrangeur, dirigent. Bijna alle koren in Neder-land hebben arrangementen en composities van zijn hand op hun repertoire. Op festivals, bij concoursen en op televisie – overal klinkt zijn muziek. Hoe is hij gekomen waar hij nu is? Welke hobbels, welke kansen? Portret van een muzikale veelvraat én duizendpoot.

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Zing mee met SuperVoices
ZinGdex
Zing.nl LedenService
Vocale abonnementen
Koorarrangementen
   

Portret van Jetse Bremer

 
   
 

  Jetse Bremer: ‘Het komt allemaal op me af’.

Tekst: Elke Jansen.

Waar is het allemaal begon-nen?
‘Mijn ouders waren beiden kerk-organist. Mijn moeder speelde af en toe ook lichte muziek en liet
ook wel eens iets horen. Dat

 

vonden wij altijd heel gaaf. Ik heb alles in me opgeslurpt. Toen ik een jaar of tien was ben ik trompet gaan spelen. Mijn broer was pianist en samen speelden we al heel gauw op feestjes, bruiloften, dat soort dingen. Dat was natuurlijk hartstikke stoer, we waren dertien, veertien jaar en verdienden wel honderd gulden per persoon op een avond! We speelden allerlei genres door elkaar, tot aan de polonaise toe, en alles uit het hoofd. We zetten thuis gewoon een plaat op en speelden dat dan na. Daardoor ontwikkelden we hele goeie oren, het ging ook steeds sneller. En we gingen ook al jong aan het improviseren, tijdens die feestjes, ter opvulling. Stel je voor: achtergrondmuziek op een trompet. Achteraf denk ik: hoe heb-ben de mensen elkaar kunnen verstaan?’

En je schrijfdrang?
‘Die heeft er altijd gezeten. Dat creatieve was het ultieme voor mij. Als je heel jong bent dan meen je zelf nieuwe harmonieën te ontdekken. Dan kom je bij een septiemakkoord uit en denkt ‘wauw’. Dat is een mooi soort be-wustwording. Op een gegeven moment had ik ook een hele goeie theorie-leraar, Simon Pluister. Hij stimuleerde ons ontzettend om muziek te schrijven. ‘Schrijf maar op wat je wilt, maak niet uit wat, als je maar iets maakt.’ Zijn lessen hebben een enorme basis gelegd. Na mijn vwo ben ik schoolmuziek gaan studeren in Zwolle. Daar kreeg ik ook zangles en als extra bijvak heb ik viool gekozen. De opleiding schoolmuziek vond ik ontzettend slecht – we hebben het over drieëndertig jaar geleden hoor – en na een jaar ben ik overgestapt naar hoofdvak zang. Nog twee jaar later heb ik van viool ook een hoofdvak gemaakt.’

Klinkt allemaal veelbelovend.
‘Dat viel wel mee. Eerlijk gezegd vond ik ook mijn zangopleiding niet zo best. Ik moest alsmaar met een ‘open grote keel’ zingen waardoor ik een over-dreven klassiek geluid kreeg. Het werd eerder slechter dan beter. Ik was dan ook best een beetje pessimistisch over hoe het allemaal zou lopen. Maar ik heb mazzel gehad. Na de conservatoriumtijd volgde ik een paar lessen bij Hein Meens, destijds dé tenor van Nederland, en die zei: ‘Je moet gaan auditeren bij het Nederlands Kamerkoor, die zoeken tenoren’. Dat deed ik, en tot mijn verbazing werd ik aangenomen.’ Dan kon je toch wel iets. ‘Nou, ik kon bijvoorbeeld goed van blad lezen. Dat is belangrijk in zo’n koor, want je moet toch twintig programma’s per jaar instuderen. En ik heb veel kunnen arrangeren en componeren voor het Kamerkoor, zoals mijn bewer-king van Nederlandse Volksliedjes. Maar mijn slechte zangles heeft zich wel gewroken. Na twaalf jaar kreeg ik zoveel last van mijn stem dat ik moest stoppen. Dat was heel dramatisch voor mij.’

En toen?
‘Eigenlijk wist ik niet precies wat ik wilde doen, ik was erg onzeker gewor-den door dat gedoe met mijn stem. Ik durfde ook niet als dirigent de koor-wereld in te stappen, omdat ik vond dat een dirigent gewoon alles moest kunnen voorzingen.’ Hoe heb je die schroom overwonnen? ‘Dat heb ik aan Tijs (Krammer, red.) te danken. Die vroeg me of ik Be Sharp van hem wilde overnemen. Ik dacht ‘kan ik dat wel?’ maar hij zei: ‘kom op zeg, je bent gewoon ontzettend goed’. Het leiden van een groep vond ik toch wel lekker en ik ging meteen repertoire voor ze maken. Hun manier van zingen was heel licht, dus ze hadden ook veel invloed op mij. Dat was echt wel een wisselwerking.’ Dus toen kwam je thuis? ‘Ja, zonder meer. Bij de vocal groups voelde ik me meteen helemaal op mijn plaats, meer dan waar dan ook. Ik kon creatief bezig zijn en ook met mensen werken, dat vond ik heel inspirerend. Bovendien vond ik zo mijn eigen natuurstem weer terug.’

Als componist; hoe ga je te werk?

Als ik componeer dan lees ik eerst de tekst heel goed. Wat is de expressie, waar liggen de woordaccenten, hoe lopen de melodische lijnen van het gesproken woord? Vanuit het spreken kun je al de basis leggen voor de melodie. Met het ritme en de maatsoort kun je dan nog veel kanten uit. Je hebt bijvoorbeeld tweedelige en driedelige versvoeten, maar tweedelig betekent niet automatisch dat het een twee- of vierkwartsmaat wordt. Dat kan ook een drie-achtsten of zes-achtsten maat zijn. Daar kun je dus veel kanten mee uit. Het is ook wel een beetje een onbewust proces.’

Je vraagt voor componeren dezelfde vergoeding als voor arrangeren. Waarom?
‘Componeren kost in het begin meer tijd dan arrangeren, omdat je een eigen melodie moet bedenken, en een vorm, harmonieën. Maar de uitwerking is weer veel makkelijker, je hoeft je ten slotte niet aan een origineel te houden. Dat gaat bij mij ook altijd erg snel. Met arrangeren is de melodie al aanwezig, plus een groot gedeelte van hoe het verder moet. Maar dat moet je dan wel gaan uitzoeken. Uiteindelijk maakt het dus niet veel uit qua tijd en moeite. Meestal ben ik met één compositie of arrangement een dag bezig.’

Wat is de Jetse-stijl?
Het hangt ervan af of ik iets moet schrijven voor een klassiek koor of een lichte-muziekkoor, of iets ertussenin. Ik kan moeilijk voor klassieke koren heel poppy gaan componeren. Maar in mijn composities voor klassieke groepen zit toch vaak iets lichts en in mijn stukken voor vocale groepen haal ik vaak klassieke geintjes uit. Dus het is niet helemaal gescheiden, dat is misschien dan een beetje Jetse’. Van welke opdracht word je blij? ‘Van componeren voor een koor, en dan het liefst avondvullende producties. Dat vind ik het meest uitdagend en ook het leukst om te doen. Ik zoek in die producties altijd verschillende stijlen op, om veel contrast te creëren. Met name bij a-capella producties heb je snel het probleem dat alles één kleur wordt. Als je dan ook nog eens in dezelfde stijl schrijft wordt het snel saai. Die mengeling van veel stijlen hoort wel een beetje bij mij.’

Zingen je koren ook wel andermans arrangementen?
‘Nee, nooit. Als een koor een nieuw arrangement wil dan komen we bij el-kaar, beluisteren allerlei nummers en met een soort referendum kiezen zij dan de nummers uit. Dan heb ik nog wel een soort veto als ik iets echt niet geschikt voor de groep vind, maar ik bepaal het niet. Over het algemeen komen daar hele leuke en originele nummers uit. Zo is het altijd gegaan. En zo houd ik mezelf ook bezig. Het is voor mij makkelijker een nieuw arrange-ment te maken dan op zoek te gaan naar bestaande arrangementen. Mis-schien is dat wel een zwak punt. Ik weet eigenlijk niets van andere arran-geurs. Maar ik denk dat de kwaliteit van mijn groepen veel te maken heeft met het feit dat ik precies weet wat ze kunnen. Ik ga echt geen gekke dingen schrijven die boven het niveau liggen van de individuele zangers. Daar houd je bij het beluisteren alleen maar kromme tenen aan over.’

Amerikaans
Je bent ‘chef-arrangeur’ bij het SBS6-programma The Sing-off, een afval-wedstrijd voor a-capella zanggroepen. Wat vind je van het concept? ‘Het is eigenlijk een Amerikaans concept. In Amerika is het een enorm succes geweest. Ik ben blij met een programma als dit. In het begin had ik er wel moeite mee dat SBS6 alleen maar jonge mensen op televisie wilde en dus ook goede Nederlandse groepen afwees wegens hun leeftijd. Maar het grote voordeel ervan is dat het hopelijk toch een nieuw soort beweging teweegbrengt bij middelbare scholieren. Dat die denken ‘hé, dat kan ik ook’.’ De missing link tussen X-factor en Korenslag? ‘Inderdaad. Korenslag is echt voor koren, daar kijken de jongeren niet naar. Die vinden dat zo suf, van die ouwe blije mensen op tv. Hopelijk werkt dit wel en is er met The Sing-off een nieuwe uitdaging ontstaan voor jonge zangers.’

Toekomst
‘Ik ben van plan een studentenkoor op te richten in Almere. Almere is een enorm grote stad aan het worden met steeds meer studierichtingen. Vroe-ger vond ik jonge mensen een beetje eng, onberekenbaar en zo, maar daar heb ik geen last meer van. Ik heb er wel zin in. Jonge mensen imiteren graag de huidige popartiesten en zingen hierdoor vaak meteen vrij goed. Hun zingen verschilt alweer enorm van de iets oudere generatie.’ En verder, blijf je doen wat je doet? ‘Ja, zonder meer. Ik hoef eigenlijk niks te doen, het komt allemaal op me af. Ik denk trouwens dat dat voor de meeste mensen geldt. Sommigen doen alsof ze altijd hebben geweten wat ze zouden gaan doen, maar de meeste mensen gaan toch via allerlei kronkelweggetjes. Op een gegeven moment kom je ergens uit. En de een is dan heel gelukkig en de ander helemaal niet. Ik ben me in ieder geval niet zo bewust van dat soort dingen. Ik ben blij dat ik kan leven van iets dat ik leuk en uitdagend vind. En ik hoop ermee door te gaan tot ik erbij neerval.’

Uit: Zing Magazine 38, mei/juni 2011


 
  
 

Jetse Bremer Horen en Zien

 
Jetse Bremer is muzikaal leider van vocal groups Close-Up, Fem@il en The Dutchmen. Zowel Close-Up als Fem@il staan momenteel op de plan-ken met een nieuwe avondvullende voorstelling, gecomponeerd door Bremer in samenwerking met de koorleden zelf. Zie www.femail.nl en www.vocalgroupcloseup.nl . Bremer schreef daarnaast ‘Vlinderen’ voor het Veldhovens Mannenkoor (tekst: Wilbert Friederichs). Bremers arran-gementen en composities zijn veel-vuldig te beluisteren op festivals, zoals het BALK TOPfestival .
  
  
 

Als Dirigent

 
Als dirigent; wat is jouw stok-paardje?
‘Tja, stokpaardje, ik ben gewoon me-zelf. Meestal ben ik enthousiast, soms chagrijnig. Mijn ervaring is dat het beste uit de zangers komt als ze veel kunnen optreden. Ze moeten een duidelijk doel hebben. Zo gauw een doel wegvalt, wordt het slap. Wed-strijden geven vaak nog de beste motivatie. Verder vind ik het belangrijk om iedereen bewust te maken van de expressie van het stuk. Uiteindelijk gaat het om de emoties, en moet je alles achter je laten: de pasjes, regie, muziek, valse nootjes. Dat geldt voor alle zangers, dus ook de bas, ook de vocal percussionist. Die expressie is zo bepalend voor hoe het koor klinkt. Iets huilerigs krijgt automatisch een donkere kwaliteit. Terwijl iets lacherigs juist heel helder is. En iets klagends klinkt snel scherper Dat werkt heel sterk. Dat is toch wel een beetje een stokpaardje van me.’
  
 
 

Als Arrangeur

 
Als arrangeur; u vraagt, wij draaien?
Nou, ik vind wel heel veel dingen leuk en interessant. Ik wil nu eenmaal graag weten hoe het allemaal werkt. Laatst moest ik arrangementen maken van allerlei levensliederen van Hazes. Vooraf dacht ik ‘wat stelt dat nou voor?’ Maar tijdens het arrangeren kreeg ik toch diepe bewondering voor hem. Hij zong met zo’n power, zoveel pathos, zoveel gevoel. Het is niet helemaal mijn muziek maar ik vind het wel knap. Hoe je tegen dingen aankijkt is vaak een momentopname en heel betrekkelijk. Nee, ik zou niet weten welke opdracht ik zou moeten weigeren.’
  
 
 

Artikelen Zoeken

 
 
De artikelen zijn gerangschikt onder een aantal rubrieken. Die rubrieken vindt u in het menu en op de informatiepagina.
 
U kunt  ook op trefwoord zoeken. Hieronder kunt u de artikelen doorzoeken op één of meerdere trefwoorden. Scheid trefwoorden met een spatie!
 

 

 

 
 

Repertoire en Meer ...

 
 
 
Multi Mix Music biedt u een zeer uitgebreide collectie aan eigentijds en klassiek repertoire. Maar u kunt ook bij ons terecht voor Tipboeken, CD-consultancy en nog veel meer ... Bezoek daarom nu onze geheel vernieuwde site.
  
  ©  Niets uit deze site mag zonder toestemming worden gekopieerd
© ZING.NL -

TERUG NAAR PAGINA-TOP   |   PRINT PAGINA

Design: IMAE INFORMATIE INNOVATIE