|
|
|
|
|
|
Koorstroom, het Geheim van Lekker Werken
|
|
|
|
|
|
|
|
De wekelijkse koorrepetitie. Tijdens het inzingen gaat de
bel: een van de ge-bruikelijke laatkomers. We beginnen met
het eerste stuk. De buurvrouw kan haar muziek niet vinden.
Bij welke maat begonnen we ook al weer? De bas-sen zingen wel
erg traag. De sopranen smiespelen
daarover. Weer de bel. Zo gaat het vaak bij repetities. Maar
het kan ook anders: opperste concen-tratie, alle aandacht
gericht op de dirigent, muzikale beweging en gelukzalig
zingen. Diet Scholten sprak met een koorzangeres en twee
dirigenten over hun ervaringen met ‘koorstroom’.
'Een koor is een levend geheel. Als koorzangers hun aandacht
richten op de dirigent en op elkaar, ontstaat er koorstroom
en kunnen er boventonen hoor-baar worden, waardoor de klank
echt gaat stralen.' Dat is in het kort de stel-ling van Gemma
van de Griendt, zelf koorzangeres. Op grond van de
erva-ringen in haar koor schreef ze de brochure Stroom. ‘Ons
koor stagneerde, maar we konden de vinger niet op de zere
plek leggen. Het repertoire stond ons aan, de dirigent
eveneens en we wilden graag zingen, maar er was te veel
'ruis' tijdens de repetities. Vanuit mijn ervaring met
energiewerk en groepsprocessen heb ik gekeken hoe je die
storingen kunt voorkomen.’ |
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
Muzikale beweging
Sanne Nieuwenhuijsen is dirigent van het Erasmus Kamerkoor
uit Rotterdam en assistent-dirigent bij Toonkunstkoor
Amsterdam. Herkent ze het ver-schijnsel 'koorstroom'? ‘Ik
vind de term 'koorstroom' niet helemaal gelukkig, maar ik
herken wel waar het om gaat. Je zoekt met je koor tijdens
een repetitieproces naar muzikale eenheid, naar muzikale
beweging. Dat proces is veelomvattend en speelt bij koren
van elk niveau. Het verschil zit 'm in de unieke dynamiek
van een groep. Het vereist een goede waarneming en veel
deskundigheid van de dirigent om per groep te bepalen hoe je
een en ander aanreikt om tot 'koorstroom' te komen.’
Dirigent Fokko Oldenhuis, dirigent van Hollands Vocaal
Ensemble Amsterdam en het Brabants Kamerkoor Den Bosch:
‘Koorstroom is iets waar je als dirigent altijd naar op zoek
bent. Eigenlijk is het een resultaat van het proces waarin
je met je koor alle praktische en vocaaltechnische
belemmeringen opruimt. Net als bij een ech-te rivier krijgt
stroom nu eenmaal de meeste ruimte als er geen weerstanden
zijn.’
Geritsel en gerommel
De concentratie tijdens de koorrepetitie hangt deels af van
praktische om-standigheden. De repetitieruimte, de
kooropstelling, de stoelen, de orga-nisatie van de
bladmuziek, er is van alles dat de repetitie kan verstoren. Gemma van der Griendt: ‘De inrichting van de muziekmap
bijvoorbeeld is belangrijker dan menigeen beseft. Let maar
eens op het geritsel en gerom-mel in de mappen tijdens de
repetitie. Dat geeft veel oponthoud en onrust. Met het
duidelijk regelen van praktische zaken voorkom je onrust en
ge-fladder.’ Fokko Oldenhuis: ‘Voor koorstroom is de ruimte
waar je zingt erg belangrijk. In een mooie en akoestisch
fijne ruimte ontstaat die gemakkelijker dan in een droog of
somber repetitielokaal. Ook de onderlinge contacten – de
wisselwerking tussen de leden onderling en tussen koor en
dirigent – doen ertoe.’
Zelfcorrigerend vermogen
Wat kunnen koorzangers bijdragen aan de koorstroom? Gemma
van de Griendt: ‘Bij een koorrepetitie moet je er als zanger
echt zitten voor het ge-heel, voor je medezangers en voor de
dirigent. Dat brengt een zekere span-ning met zich mee, want
behalve een koorzanger ben je ook een individu dat van tijd
tot tijd aandacht wil. Maar die behoefte moet je even opzij
zetten, je zit er niet alleen voor jezelf.’ Voor veel
koorzangers zijn onderonsjes over de muziek met de buurman
of buurvrouw een herkenbaar fenomeen en goed bedoeld, maar
vaak de reden waarom aanwijzingen of uitleg van de dirigent
net gemist worden. En dan komt de eeuwige vraag: Bij welke
maat moesten we ook weer beginnen?
Van de Griendt vindt dat je je als koorzanger aan moet leren
om stil te zijn en goed op de dirigent te letten. ‘Als je
echt iets te vragen hebt over de muziek, kun je dat gewoon
aan de dirigent vragen.’ Sanne Nieuwenhuijsen ziet dat
genuanceerder. ‘Als zanger kun je ook wat voor je
medekoorleden betekenen. Ik vind dan ook niet dat het
aanvullen of corrigeren van je buurman of buurvrouw per se
storend werkt, als je daar-voor maar het juiste moment kiest,
bijvoorbeeld als de dirigent een andere stemgroep aanspreekt
op een voor hun relevant punt. Dan kan onderling corrigeren
juist het repetitieproces versnellen. Het zelfcorrigerend
vermogen van een koor is een waardevol iets. Als iedereen
met dezelfde concentratie en de neuzen dezelfde kant op aan
het werk is, dan is daar ruimte voor.’
Loslaten
Wat is de rol van de dirigent? Gemma van de Griendt legt
veel verant-woordelijkheid bij de dirigent. ‘De dirigent
moet het koor op een soepele manier helpen om gerichte
aandacht te ontwikkelen. De dirigent moet een koor daarin
opvoeden. Net als in muzikaliteit. Pas wanneer iedereen op
elkaar afgestemd is, komt de bundeling van klanken tot stand
en gaan de tonen glanzen.’ Fokko Oldenhuis: ‘Het paradoxale
is: voor een koorstroom of 'flow' moet je veel doen, maar je
kunt die niet afdwingen. Ik probeer als dirigent de
condities te scheppen die tot zo’n flow leiden, maar besef
heel goed dat het ook een kwestie is van loslaten. Het
duidelijkst voel ik dat tijdens een uitvoering. We hebben
dan alles tot in detail gerepeteerd, en iedereen is optimaal
geconcentreerd. Als ik daar sta voel ik: laat maar stromen,
ga nu maar genieten. Dat voelt het koor en dat zijn ook de
momenten dat zo’n stroom ontstaat. Tijdens de repetities
probeer ik het rationele te combineren met het emotionele;
ik probeer dan een optimale koorstroom te benaderen door
technisch exacte instructies te geven. Ook zeg ik wel eens:
we hebben genoeg gepietepeuterd, nu gaan we het laten
stromen. Ik vind het belangrijk er om ondanks de nodige
gedetailleerdheid de vaart in te houden.’
Stroom:
Brochure over muziekstroom in de koorzang, bevat een aantal
praktische aanbevelingen, verzameld door Gemma van de
Griendt. In de brochure ko-men onderwerpen aan de orde als de
repetitieruimte, de bladmuziek, de muziekmap, de
koorrepetitie, thuis muziek instuderen en het muzikale
leer-proces. De tips zijn bedoeld voor beginnende
koren/zangers. De brochure is schriftelijk te bestellen bij Gemma van de Griendt, Molenberg 6, 5211 DE
’s-Hertogenbosch.
Door: Diet Scholten
Bron: Zing
Magazine 20, mei 2008 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Tips voor dirigenten
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
Tips van Sanne Nieuwenhuijsen voor dirigenten:
-
Laat koorleden die goed op elkaar ingespeeld zijn
regelmatig door elkaar of in kwartetten repeteren. Zo doe je
een beroep op de zelfstandigheid van de zangers en verbreed
je hun focus van hun naaste buren tot over het hele koor.
-
Laat een koorlid eens voor de groep staan terwijl je
zelf blijft dirigeren, om ze te laten ervaren wat er met de
klank gebeurt als je contrasterende, karakteriserende
opdrachten geeft. Bijvoorbeeld: zing een homofoon stuk, en
vraag de ‘proefpersoon’ om voor elke muzikale zin een
karakter te verzinnen. Vraag hem of haar om feedback - klonk
het zoals jij het wilde hebben? Nee? Hoezo niet? Zo worden
zangers zich bewust van de muzikale zeggingskracht die een
groep heeft of misschien juist moet opbouwen, en ook van de
gereedschappen waarmee ze hun voorstellingsvermogen
om-zetten in klank.
-
Geef jezelf als dirigent de ervaring hoe het is om ín
het koor staan en geen leiding te geven. Dit kan bij een
stuk dat iedereen goed kent, maar misschien is het nog beter
om eens een collega te vragen een repetitie te leiden. Dat
geeft je de kans te ervaren wat er in je koor leeft en hoe
de zangers reageren op elkaar en op een dirigent.’
|
|
|
|
|
|
Tips voor zangers
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
Tips van Sanne Nieuwenhuijsen voor zangers:
-
Voor koorleden is het vaak een openbaring om te
luisteren naar het koor en de groep te observe-ren. Als je
eens een keer niet bij stem bent, kom dan vooral wel naar
een repetitie en ga eens voor of naast het koor zitten. Je
zult versteld staan van wat je ervan leert en bovendien loop
je geen achterstand op in het muzikale groeiproces.
-
Koorleden moeten het liefst bij elke repetitie aanwezig
zijn, anders is een groep gehandicapt en ben je altijd
energie kwijt aan zangers die op een later moment
bijgespijkerd moeten worden.
|
|
|
|
|
|
Artikelen Zoeken
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Artikelen Aanmelden
|
|
|
Heeft u zelf interessante artikelen
geschreven over zingen of kent u artikelen over zingen die u voor deze rubriek wilt
aanmelden, laat het ons dan
hier
weten!
|
|
|
|
|
|
|
|
|