|
|
|
|
|
|
De Strijd tegen Jazz: Muziek van de Vijand
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
Jazzband van Amerikaanse soldaten gelegerd in Camp Upton bij
New York tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Europa
maakte kennis met jazz via Amerikaanse legerorkesten.
Library of Congress. |
|
|
|
|
|
|
|
De nationaalsocialisten deden in de Tweede Wereldoorlog
(1940-1945) de muziek van de vijand in de ban. Jazzconcerten
en jazzplaten waren in Duitsland en het bezette Nederland
verboden. De nazi’s waren niet de enigen die bezwaar maakten
tegen jazz. In 1917 trok James Reese Europe, een uit New
York afkomstige pianist en orkestleider, met zijn ‘369th
infantery band’ langs de Amerikaanse troepen die tijdens de
Eerste Wereldoorlog in Europa gelegerd waren. Naast de
gebruikelijke marsen speelden ze nieuwe muziek: ‘rags’ en
‘blues’. Dankzij zulke Amerikaanse legerorkesten, die
opzwepende namen droegen als ‘Hell fighters’ en ‘Black
devils’, maakte Europa tijdens de oorlog voor het eerst
kennis met jazz.
Vernieuwend
Deze ritmisch vernieuwende muziek sloeg enorm aan
bij de serieuze culturele avant-garde, maar vooral bij de
jeugd en het uitgaanspubliek. Het was anders, het was modern
en er hoorden opwindende dansen bij. In de jaren twintig
ontstond een heuse dansrage. Ragtimes, jitterbugs en
char-lestons waren ongekend populair. In de jaren dertig
kwam daar de swing bij, met big bands onder charismatische
orkestleiders die toegankelijke jazz speelden waar je ook op
kon dansen, waardoor er voor het eerst een mas-sapubliek
voor deze muziek ontstond. De grotere verspreiding van de
radio en de platenspeler maakte dat mede mogelijk. Swing was
de popmuziek van die tijd en Nat Gonella (Engeland), Benny
Goodman (Verenigde Staten), Teddy Stauffer (Zwitserland), de
Ramblers (Nederland) en Stan Brenders (België) waren echte
idolen.
Bandeloos
Jazz- en swing waren zeer populair, maar veroorzaakten ook
de nodige maatschappelijke onrust. Jazzmuziek en -dansen
kregen fanatieke critici. Net als in veel andere Europese
landen domineerden in Nederland ethische verontwaardiging en
angst voor moreel verval in de jazzkritiek. De nieuwe muziek
werd op één lijn gesteld met zedeloosheid en primitivisme
en vormde daardoor een bedreiging voor de westerse
beschaving. “Bandeloos, zonder algemene muziekleer, woest en
luid. In de overvolle cafés razen zonder ophouden de
Jazzbands. De even dierlijk muzikale als bandelooze negers
geven – in den letterlijke zin des woords – den toon aan,”
zo mopperde componist Willem Pijper bijvoorbeeld. Het bleef
niet bij klassieke musici. Geestelijke leiders van
protestanten en katholieken, maar ook bij de rode zuil,
allemaal verfoeiden ze in het interbellum de komst van de
nieuwe ‘Amerikaanse amusementscultuur’ omdat die een gevaar
vormde voor de maatschappelijke orde en vooral voor de
opgroeiende jeugd. Dansen op |
|
|
|
‘swing’ werd populair in de jaren twintig en dertig. Op de
foto twee kennelijk in vervoering verkerende ‘jitterbuggers’
uit 1939. Opinieleiders vreesden dat jazzmuziek de jeugd
bandeloos en immoreel maakte. Liever zagen ze jongeren
keurig samen zingen of volksdansen. De gezamenlijke pastoors
van de stad Utrecht bijvoorbeeld waarschuw- |
|
 |
|
|
|
den in 1928 tegen ”... de lichtzinnige, ja hartstochtelijke
dansmuziek die er op berekend was de danslustigen in een roes
van zinnelijkheid te brengen. Waarlijk, wij overdrijven niet met
te beweren, dat onze moderne, heidensche dansen een afgrond van
zonden zijn. Waar gedanst wordt, daar worden de mannen bedwelmd
en vinden de vrouwen hun ondergang; men kan niet op aarde dansen
en eens in de hemel vreugde smaken.” Socialisten hekelden het
uitgaan in jazzgelegenheden als ongezond. En wat was het meer
dan een verslavende verdoving voor afgepeigerde zakenlieden,
hersenloos en banaal? De jeugd kon beter gaan volksdansen.
Op verzoek van de Tucht-Unie, een organisatie die zich statutair
had verplicht “... de tuchteloosheid te bestrijden en het
openbare leven te vermooien”, werd in 1930 zelfs een 'regeringscommissie
inzake het dansvraagstuk' ingesteld, maar dat had alleen tot
gevolg dat in 1933 de drankwet werd aangepast. Voortaan mocht er
alleen nog gedanst worden in gelegenheden met een
alcoholvergunning, wanneer de burgemeester daarvoor toestemming
had verleend. Van echt ingrijpen was evenwel geen sprake.
Door: Kees Wouters
Zie voor meer:
Scientias.nl
Kees Wouters promoveerde in 1999 aan de Universiteit van
Amsterdam met de dissertatie ‘Ongewenschte Muziek. De
bestrijding van jazz en moderne amusementsmuziek in Duitsland en
Nederland 1920-1945’, SDU, 1999. Sindsdien is hij werkzaam als
onafhankelijk publicist en filmmaker.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Artikelen Zoeken
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Artikelen Aanmelden
|
|
|
Heeft u zelf interessante artikelen
geschreven over zingen of kent u artikelen over zingen die u voor deze rubriek wilt
aanmelden, laat het ons dan
hier
weten!
|
|
|
VoicEmail
|
|
|
|
|
|
VoicEmail is de gratis e-mail nieuws-brief van Zing.nl met het laatste nieuws over alles wat met zingen te maken heeft.
Bekijk
hier de laatste editie. Deze nieuwsbrief wordt maandelijks
aan ruim 17.500 zang-liefhebbers toegezonden.
Neem
een gratis abonnement
... |
|
|
|
|
|
Repertoire en Meer ...
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Multi
Mix Music biedt u een uitgebreide collectie aan eigentijds
en klassiek repertoire. Maar u kunt ook bij ons terecht voor Tipboeken, CD-consultancy en nog veel meer ...
|
|
|
|
|
|
ZINGmagazine
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
ZINGmagazine is hèt tijdschrift voor iedereen die van
zingen houdt. Van koorzangers en -zangeressen tot duo en
grootkoor, van smartlap tot oratorium; voor solisten op het po-dium en in de badkamer, maar ook voor dirigenten
en
zangdocenten.
Meer
...
|
|
|
|
|
|
|
|
|